|
van moederland naar vaderland
Ingesleten vaderlandse religieuze gewoonten
Van de appel van eeuwig leven tot de gifappel. In het moederland staat de appel of de vijg of de vrucht voor eeuwig leven, voor bewustwording van bewust zijn. In het vaderland staat de gifappel voor de zondeval en verlies van bewustzijn, waar Eva de schuld van krijgt. Hier legt men de nadruk op zonde en minderwaardigheid; dit zijn patronen die met name in het collectief bewustzijn van vrouwen maar ook van mannen zijn ingeslepen.
Van eenheid van sacraal en profaan tot scheiding en ontheiliging van het sacrale
Van eenheid naar afgescheidenheid
Van het ervaren van de bron van eenheid en leven tot de ‘God is dood’-gedachte.
Van de Vrouwe naar de Heer
Van priesteres tot priester en kerkvader
Van zielsverhuizing tot ‘je leeft maar een keer’ en ‘er is koffie na de dood’.
Van cyclisch denken tot lineair denken
Van het ervaren van meerdere energetische niveaus tot het platte, eendimensionale materialistische denken
Van aartsmoeder tot aartsvader
Van een vriendelijke onderwereld als plaats van rust en groei naar een angstaanjagende hel. In het moederland is de onderwereld een plaats van rust, groei en voortbestaan. In het vaderland is het hel en verdoemenis wat de klok slaat. De religie is veelal gebaseerd op angst. Om te voorkomen dat de hel al te veel eeuwigheidswaarde krijgt, vindt men het vagevuur of voorgeborgte uit. Dit is een soort wachtkamer waar je tijdelijk verblijft om tot inzicht te komen. De hel wordt bevolkt door ontelbare duivels en demonen. Het zijn er in de middeleeuwen om precies te zijn 4.333.556 (Rosina Sonnenschmidt, Miasmen und Kultur, 106).
Van paradijselijke heelheid en overvloed naar zondigheid, schaarste en gebrek
Van een hemel op aarde naar een donkere en slechte aarde en een lichte hemel. In het moederland worden de aarde en de elementen als heilig ervaren. In het vaderland vinden zonne- en luchtgoden een plaats in de hemel en worden de aarde en de elementen in onder de aarde ‘weggewerkt’, verlaagd en gedemoniseerd. Godinnen die dit proces overleven worden met de goden opgehemeld. Demonen en heksen treden vaak op in drietallen en zijn veelal vrouwelijk. Het stoffelijke en lichamelijke worden als vrouwelijk en minderwaardig ervaren.
Van eenheid, verbondenheid en samenwerking in een collectief naar afgescheidenheid, verdeeldheid en egocentrisme. In het moederland zijn geest en stof, geest en natuur en mannelijk en vrouwelijk, onderdeel van een polariteit. Het zijn delen van een geheel. Bij de vaderen worden geest en stof, cultuur en natuur, geest/ziel en lichaam, goed en kwaad, volmaakt en zondig, man en vrouw uit elkaar gehaald en als tegenstrijdige principes opgevat. Filosofen ontwikkelen vrouwonvriendelijke tot vrouwvijandige theorieën. Theologen nemen deze ‘mode’ over. Zij ontwikkelen op basis van de vele malen bewerkte grondtekst vrouwvijandige tradities, die niet meer zijn dan interpretaties van latere generaties volgelingen van de grondlegger. Zij stellen hun tijdgebonden interpretatie tot eeuwige en absolute wet. Zij alleen hebben het recht grondtekst en traditie te interpeteren.
Van het lichaam als tempel tot het lichaam als kerker van de ziel. In het moederland zijn geest, ziel en lichaam één. Er zijn innerlijke technieken bekend om in het eenheidsbewustzijn te raken. In het vaderland wordt het lichaam als kerker van de ziel gezien. Men dient zich van het stoffelijke en natuurlijke te onthouden, zich er dus verre van te houden. Dat heet vergeestelijken.
Van het eeuwig vrouwelijke tot het eeuwig mannelijke. In het moederland is het vrouwelijke het principe dat geboorte en wedergeboorte schenkt. In het vaderland worden de rollen omgedraaid. Het mannelijke ontwikkelt zich van sterfelijk principe tot principe van geest en eeuwigheid. Het vrouwelijke wordt het onbestendige en sterfelijke, het natuurlijke en stoffelijke, het minderwaardige en slechte.
Van het maken van beelden tot het kapotslaan en verbieden van beelden. In het moederland is er het eren van het beeld als behuizing voor de energie van de godheid. In het vaderland is er het onteren van het beeld. Het mondt uit in talrijke beeldenstormen.
Van de ervaring en beleving naar de letter van de wet tot het heilig boek. De vaderen eren de letter, het boek en de wet. Geleerde mannen mogen de heilige tekst interpreteren. Zij vaardigen in naam van de grondlegger wetten uit die als ‘de traditie’ goddelijke status krijgen.
|