De wedergeboorte van de godin in de 21e eeuw
Wist je dat er in het verleden een land is geweest dat een bijzondere
vrouwvriendelijke cultuur kende? Ooit is er een tijd geweest waarin vrouwen
en moeders respect en aanzien genieten. Zowel op economisch, sociaal als
religieus gebied. Er zijn talloze bewijzen van dit verloren moederland.
Je vindt ze in de kunst en de archeologie. In de oertijd vormt de vrouw
de hoeksteen van de samenleving. Men eert de stammoeder en via de stammoeder
de oermoeder. Toen de eerste archeologen de kunst uit deze oertijd opgroeven
noemden ze de vaak dikke vrouwenbeeldjes ‘Venuskunst’. Het
godsbeeld was vrouwelijk. In den beginne was God een vrouw.
Ook later in de nieuwe steentijd blijft het vrouwelijke in ere. Opnieuw
vormen kunst, archeologie en mythen het bewijs.
Daarna is er een omslag gekomen naar het vaderland. De vrijheid van het
vrouwelijke wordt ingeperkt. Zowel op economisch en sociaal als religieus
gebied. Het mens- en godsbeeld wordt mannelijk.
Vandaag leven wij in de nadagen van het patriarchaat, de nadagen van het
vaderland. Het is belangrijk dit verloren en vergeten moederland te herinneren.
Het is belangrijk je de verloren vermogens van het vrouwelijke en het
goddelijk vrouwelijke te herinneren. Als vrouw van de 21e eeuw kun je
trots zijn op een roemrijk maar helaas vergeten verleden.
Elke mens is tweepolig. Hij/Zij heeft een onzichtbare en een zichtbare
kant, een binnenkant en een buitenkant. Elke man is van buiten mannelijk,
maar heeft van binnen naast zijn mannelijke ook een vrouwelijke kant.
Elke vrouw is van buiten vrouwelijk maar draagt van binnen ook een onzichtbare
mannelijke kant. Wanneer je je bewust wordt van het vrouwelijke deel van
God of wel de Godin, word je je - of je nu man of vrouw bent- ook bewust
van het vrouwelijk deel in je. Dat is nodig omdat het vrouwelijk deel
van God of te wel de Godin zoek geraakt is. Daarom lijkt God hard geworden.
Hij is veruiterlijkt. Veel mensen geloven dat God dood is. De mensen zijn
de zachte kant, zijn hart of gevoel, vergeten. Zij voelen Hem niet meer
van binnen. God is hard geworden omdat hij geen hart meer heeft. Willen
we God verinnerlijken dan moeten wij zijn zachte kant zoeken.
In de vaderculturen zijn de mensen hard geworden. Zij zijn veruiterlijkt. Zij zijn uitsluitend gericht op materiële. Met de mensen is God hard geworden omdat hij geen hart meer heeft. Toen het vrouwelijk deel van God zoek raakte is God verhard en veruiterlijk. De mensen voelden hem niet meer van binnen. Wanneer je de mannelijke en vrouwelijke vermogens in je zelf in balans brengt wordt je heel en een. Je legt de schillen van een vrouwvijandige vader-cultuur af. Je kent naast het vaderland nu ook het moederland. Je komt thuis in jezelf.