Van Venus tot Madonna
de symboliek van het goddelijk vrouwelijke

Wist U dat God ooit getrouwd is geweest? En dat wij dat vergeten zijn? Sterker nog... Hij is het nog steeds en wij weten het niet meer. Ooit heeft mevrouw God bestaan. Zij die zijn vrouw wordt, blijkt historisch gezien ouder dan haar echtgenoot. Zij manifesteert zich in stenen tijden als de oermoeder. Dan is zij in volle glorie. De vele Venusbeeldjes uit steentijd en latere tijden zijn het bewijs. Het is zomer.
Maar de herfst breekt aan. In de Oudheid manifesteert God de moeder zich als moedergodin. Nu is zij op haar retour. God de Moeder krijgt een zoon, die steeds belangrijker wordt. Met háár gaat het bergafwaarts.
Het wordt winter. De tijd van de ondergang van God de moeder breekt aan. De aandacht verschuift nu definitief naar haar zoon en echtgenoot. De vadergoden komen eraan. Van de storm- en weergoden blijft er uiteindelijk in allerlei culturen maar één vadergod over. Hij ontwikkelt zich tot de ene en enige God. In het christendom tot God de vader. De verering van God de moeder wordt verboden. Zij wordt weggeschreven uit de teksten. In de godinnen Asjera en Eva wordt zij vermoord. In dochter Sophia onschadelijk gemaakt tot een van de eigenschappen van God. In de aardse vrouw Maria Magdalena als hoer veracht. Deze negatieve bagage speelt ons bewust en vooral onbewust nog altijd parten. Langzaam raakt ‘de verborgen Moeder’ versluierd in tal van symbolen. Zij verbergt nu zo goed dat je haar niet eens meer aan de symbolen die overleven herkent.
Na de winter breekt de nieuwe lente aan. Vele beelden van God de moeder worden opgegraven en opgevist. Tot in Nederland toe. Men buigt zich over haar in tal van wetenschappen. Zij blijkt schuil te gaan in haar beelden en symbolen. In feite is zij is nooit weggeweest. Maar wij herkenden haar symbolen niet meer. Wij spraken haar taal niet meer.
Onderga de inwijding in de symbooltaal van het goddelijk vrouwelijke of te wel Mevrouw God. Een inwijding in onszelf. In Ons Goddelijk Zelf. Dat bestaat uit een mannelijke en een vrouwelijke Helft. In God en zijn Godin. In Mijnheer en Mevrouw God. Die bij U Inwonen.